Boekweit

boekweitlupine.jpgBoekweit is een 'pseudograan': de zaden, het meel en alle andere afgeleide producten van boekweit bevatten geen gluten. Boekweitmeel bevat veel magnesium, kalium en fosfor. Het is voedzaam en licht verteerbaar. Tegenwoordig wordt het ook geteeld voor de geneeskunde.


Boekweit is een cultuurgewas dat waarschijnlijk afkomstig is uit een tamelijk droog deel van China. Het is een éénjarige plant met een holle rechtopgaande, zich meermalen vertakkende, rode stengel. De bladeren zijn driehoekig tot hartvormig. Het wortelstelsel omvat een zich sterk vertakkende penwortel.
De bloei begint al in een jong stadium, soms al na zes weken, en gaat dan 25 tot 30 dagen door.

De bloemen zijn in langstelige pluimen gegroepeerd, wit tot roze van kleur en bevatten veel nectar. Het eetbare zaad zit aan dunne steeltjes, die in rijpe toestand makkelijk loslaten. Het heeft een meel- en eiwitrijke inhoud, overeenkomend met die van klaver. De vorm van het boekweitzaad lijkt op die van beukennootjes, al zijn ze beduidend kleiner. Het zaad werd tot meel gemalen, hoewel boekweit beslist geen graan is. Boekweit is een 'pseudograan': de zaden, het meel en alle andere afgeleide producten van boekweit bevatten geen gluten.

Boekweit witbloeiend

Boekweitmeel bevat veel magnesium, kalium en fosfor. Het is voedzaam en licht verteerbaar. Tegenwoordig wordt het ook geteelt voor de geneeskunde. Boekweit lijkt een graanproduct, maar is het dus niet. Het meel ervan kan goed worden gemengd met dat van granen. Pannenkoeken van zo'n mengsel smaken voortreffelijk. Geroosterde boekweitkorrels heten ook wel kasha en zijn bekend uit de Oost-Europese keuken. Boekweitmeel en boekweitgrutten bevatten evenveel eiwit (10 g per 100 g) als tarwe- en roggemeel, en meer koolhydraten. Ze bevatten minder vet, minder mineralen en minder vitamines uit de B-groep dan tarwemeel.
Boekweit is een goed ‘bijengewas’, bijen voeden zich er graag mee. Het levert een aromatische honing op die zeer geliefd is. Boekweit is uitsluitend een zomergewas. Het is zeer gevoelig voor nachtvorst en heeft een korte groeiperiode van drie maanden (er werd ook wel gesproken van 100 dagen). Het gewas is gevoelig voor harde wind, regen en hagel. Onderploegen en herzaai is soms nodig.

Boekweit paarsbloeiend
Het oogsten gebeurt eind augustus of begin september. Het maaien gebeurde vroeger vaak bij avond, 's nachts of in de vroege morgen, als de luchtvochtigheid hoger was, waardoor er minder zaad verloren ging. Dan was het uiteraard handig als er een volle maan was. Nu komt de maan in september enige avonden achterelkaar vrijwel op hetzelfde moment op, terwijl de vuistregel is dat hij elke avond ongeveer 50 minuten later opkomt. Men noemde deze maan daarom boekweitmaan (ook wel oogstmaan).
Omdat boekweitmeel geen gluten bevat, is het voor gistdeeg (bijvoorbeeld brooddeeg) alleen in combinatie met een andere glutenrijke meel- of bloemsoort te gebruiken. Gemengd met rogge- of tarwemeel werd boekweitmeel gebruikt om (spek)pannenkoeken van te bakken. Voor het bakken van brood is het minder geschikt: het kan alleen in kleine hoeveelheden toegevoegd worden.
Boekweitzaad kan lichtgekleurd (alleen gedroogd) of bruin (gedroogd en geroosterd) zijn, beide soorten kunnen gekookt worden in water, vruchtensap of bouillon. De harde, onverteerbare omhulsels van de boekweitzaadjes worden vóór consumptie altijd verwijderd.
Boekweitzaad heeft een enigszins nootachtige smaak, die door roosteren versterkt wordt. De grutten (gepelde zaden) werden gebruikt om er pap van te maken. De grutten werden in water geweekt, dan gekookt en tot slot werd er karnemelk bij gedaan om schiften tegen te gaan. De doppen die bij de grutter overbleven, werden soms gebruikt als vulsel in kinderbedjes. Tegenwoordig worden ze wel in kussens gebruikt. Een klein aantal mensen is echter allergisch voor boekweitdoppen.
Het zaad werd vroeger veel gebruikt als kuikenvoer, en wordt tegenwoordig nog in vogelvoer verwerkt. Als veevoer heeft boekweit weinig waarde. De farmacie gebruikt boekweit voor de winning van rutine. Tegenwoordig zijn boekweitproducten vrij goed verkrijgbaar, veel supermarkten verkopen boekweitmeel en biologische winkels verkopen daarnaast ook grutten.

Boekweit en lupine
In het Zeeuws-Vlaamse dorp Zuiddorpe worden ieder jaar in de maand augustus de Boekweitfeesten gehouden ter ere van de aldaar ooit eens zo belangrijke boekweitteelt.
Het Hilversumse wapen toont vier boekweitkorrels van goud op een blauw veld. Het is niet precies te achterhalen wanneer het gemeentewapen van Hilversum voor het eerst werd gebruikt. Vast staat wel dat het wapen in de 17e eeuw al helemaal was ingeburgerd. Dat is bijvoorbeeld af te leiden uit de Stenen Brug aan de Beresteinseweg in Hilversum. Op de brug is het wapen in steen uitgehakt. Daarachter staat het jaartal waarin de brug gebouwd is: 1699.
In de zestiende eeuw was boekweit een belangrijke voedingsbron voor de plaatselijke bevolking. Boekweit gedijt namelijk prima op schapenmest. En schapenmest was in grote hoeveelheden aanwezig, vanwege de talloze kuddes schapen die ronddwaalden op de uitgestrekte heidevelden rond Hilversum. Toen in de 20ste eeuw de schapenmest echter overal werd vervangen door kunstmest, werd de boekweitbouw steeds minder rendabel en verdween uiteindelijk helemaal.
In 1970 stelde de Stichting van Banistiek en Heraldiek voor om het wapen te vervangen door iets anders. Men vond het gemeentewapen van Hilversum "vrij simpel en weinig zeggend". De voorzitter van deze stichting diende bij de Hoge Raad van Adel een voorstel in voor een ander wapen, dat "meer representatief" zou zijn. Het voorstel werd niet overgenomen. Hilversum bleek toch te zeer gehecht aan haar vier ongekroonde boekweitkorrels. Een deel van de tekst is afkomstig van http://members.chello.nl/l.boven3/boekweit.htm